
Fibremaxxing
Waar eiwit jarenlang het middelpunt van de aandacht was, verschuift de focus nu naar vezels.

Waar eiwit jarenlang het middelpunt van de aandacht was, verschuift de focus nu naar vezels.
De afgelopen jaren stond eiwit centraal: producten kregen massaal een “extra eiwit”-label, zelfs wanneer dat nauwelijks iets toevoegde. Je zag eiwitclaims op alles voorbij komen, van repen en puddingen tot eiwitrijke kwark, dat van nature al rijk is aan eiwit. De hype dreef de prijzen op, maar leverde weinig gezondheidswinst op, omdat de gemiddelde Nederlander al ruim voldoende eiwitten binnenkrijgt. Die eiwitfixatie lijkt nu dan ook langzaam over haar hoogtepunt heen.
In plaats daarvan duikt steeds vaker een nieuwe term op: fibremaxxing. Waar eiwit jarenlang het middelpunt van de aandacht was, verschuift de focus nu naar vezels. En dat is een trend die wél echte gezondheidswinst kan opleveren. Nederlanders krijgen namelijk structureel te weinig vezels binnen. Gemiddeld rond de 21 gram per dag, terwijl de richtlijnen adviseren om minimaal 25–30 gram per dag te eten. Fibremaxxing speelt daarmee in op een daadwerkelijk tekort, in plaats van op een kunstmatig gecreëerde hype.
De trend draait niet om het najagen van extremen, maar om het slimmer opbouwen van maaltijden met natuurlijke vezelbronnen. Het idee is om meer voedingswaarde toe te voegen, niet om dit te compenseren met supplementen of geïsoleerde vezelpoeders. Fibremaxxing vormt daarmee een betere opvolger van de proteïnehype: weg van marketingclaims, terug naar structureel gezonder eten. Het verhoogt de inname van basisproducten die bijdragen aan darmgezondheid, een stabielere bloedsuiker en een sterker verzadigingsgevoel.
Toch zullen voedingsproducenten ook op deze trend inspelen. Om de claim “vezelrijk” op een product te mogen zetten, is een bepaalde hoeveelheid vezels vereist. Dat kan eenvoudig worden bereikt door ingrediënten zoals inuline (een vezelsoort) toe te voegen. Hierdoor stijgt wel de vezelinhoud op papier, maar niet per se de voedingswaarde in bredere zin, terwijl het product vaak wél duurder wordt verkocht, omdat consumenten steeds meer waarde hechten aan vezelrijke voeding. Dit is op zichzelf niet slecht, maar het laat wel zien dat dezelfde truc die we zagen tijdens de eiwithype nu opnieuw zal opduiken, dit keer met vezels als marketingmagneet.
Bron: